Fase 2: Ideeën genereren

In deze fase draait het om het genereren van zo veel mogelijk ideeën. Het is niet verplicht om in deze fase direct tot rationele ideeën te komen. Door het gebruik van op het eerste gezicht rare en onlogische technieken, wordt vrij associëren gestimuleerd. Dit leidt doorgaans tot gekkere ideeën, die vervolgens weer om te vormen naar realiseerbare ideeën.

Matec-matrix

De Matec-matrix is een variatie op de ketenassociatie. Matec staat voor Matrice d’Eloignement Creatif en is in 1974 bedacht door J.P. Sol (Matec, n.d.) . Bij ketenassociatie wordt vanuit één woord een keten aan associaties gevormd. De Matec-matrix werkt iets gestructureerder, waardoor er niet één lange rij woorden ontstaat, maar woorden op een bepaalde manier worden bedacht.

De matrix werkt als volgt:

Er wordt met een kernbegrip uit het probleem een ketenassociatie gemaakt. Vervolgens wordt met ieder woord uit deze keten een nieuwe ketenassociatie gemaakt. Hierdoor ontstaat een matrix met schijnbaar willekeurige woorden.

Voor twee kernbegrippen uit de probleemstelling wordt een Matec-matrix gemaakt. Vervolgens worden twee begrippen (uit iedere matrix één) die ver van het onderwerp staan met elkaar gecombineerd.

Geforceerd combineren
Een onderdeel van de Matec matrix is het geforceerd combineren. Zodra er uit iedere matrix één begrip gekozen is, worden deze begrippen gecombineerd. Bij het combineren wordt op zoek gegaan naar overeenkomsten tussen de twee begrippen. Deze overeenkomsten worden weer gebruikt voor het vinden van oplossingen: hoe kan de overeenkomst toegepast worden bij het oplossen van het probleem? Uiteindelijk ontstaan er veel nieuwe oplossingen die het probleem eventueel kunnen oplossen.

In het kort de stappen van de Matec-matrix:
1) Maak van twee kernbegrippen een Matec-matrix
2) Combineer twee begrippen uit de matrices met elkaar die ver van de kernbegrippen af staan
3) Schrijf overeenkomsten tussen deze begrippen op
4) Formuleer aan de hand van de overeenkomsten nieuwe oplossingen voor het probleem.

De uitkomst van deze techniek is een scala aan nieuwe inzichten en oplossingen voor het probleem. De techniek is zowel alleen als in een groep uit te voeren en is laagdrempelig in de uitvoering.

Superhelden

In de wereld van superhelden kan alles wat in de realiteit absoluut nooit zou kunnen. Door deze vlucht uit de realiteit, doorbreekt deze techniek standaard patronen en wordt groter denken gestimuleerd. De techniek ‘superhelden’ is een voorbeeld van een fantastische analogie. Een fantastische analogie is analogie die zich niet tot de realiteit beperkt en daardoor meer verbeelding en wildere ideeën opwekt.

De techniek werkt als volgt (Byttebier, 2002):
1) Er wordt een superheld gekozen, waar veel deelnemers (van de sessie) veel van weten: de uiterlijke kenmerken, gedragingen, idealen en superheldacties
2) De belangrijkste eigenschappen van de superheld worden in kaart gebracht
3) Hoe zou de superheld het probleem aanpakken?
4) Vertaal de acties van de superheld naar concrete, realistische acties

De techniek wordt vaak leuk gevonden, omdat het het kind in de mensen weer los maakt. ‘Superhelden’ is zowel in een groep als individueel geschikt. Bij het toepassen van de techniek, kan iedere deelnemer als variatie een eigen superheld in gedachte nemen om de diversiteit aan oplossingen te vergroten.

Aan het eind van deze techniek zijn er veel ideeën bedacht en verzameld.

Persoonlijke analogie

Bij ‘Persoonlijke analogie’ draait het om inlevingsvermogen. De techniek vergt veel verbeeldingskracht en is daarom niet altijd voor iedereen geschikt. Er wordt een cruciaal voorwerp uit de probleemcontext geselecteerd. Vervolgens leeft de deelnemer zich in in dat cruciale voorwerp. Het moeilijke bij deze techniek is dat het voorwerp vaak een voorwerp zonder gevoel is.

De techniek werkt als volgt (Byttebier, 2002)
1) Kies het cruciale voorwerp uit de probleemstelling
2) Bedenk hoe dit voorwerp zich zou kunnen voelen in deze specifieke situatie
3) Hoe zou het voorwerp vanuit dit gevoel reageren op het probleem?
4) Welke acties zou het voorwerp hiertoe ondernemen?
5) Resocieer en vertaal de acties die het voorwerp zou ondernemen naar acties die realistisch zijn voor het oplossen van het probleem.

De techniek is toepasbaar in een groep en individueel. Het gevaar bij werken in een groep is echter wel dat niet iedereen over de verbeeldingskracht beschikt die nodig is om zich in te leven in het voorwerp. Daarom is het toepassen van de techniek in een groep een risico. Uit deze techniek komen veel ideeën voort die het probleem eventueel kunnen oplossen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

In Archive
%d bloggers like this: